1. Vind de vijf verschillen. Zie afb.1.
2. UR(AENT)
Hierboven zie je een Dingbat (letterrebus). De dingbat beeldt een woord van 11 letters uit. De haakjes horen niet bij het woord.
3. Toen ik deze zomer samen met Frija op een wandelvakantie was zagen we in de verte deze stenen kolommen. Kun jij vertellen wat we gezien hebben? (Zie afb. 2)
4. Z m V = T. m= Maal of Min, Z, V en T zijn de initialen van voluit geschreven getallen onder honderd. Als je elk getal maar éénmaal mag gebruiken in de hele puzzel hoeveel verschillende sommen kun je dan samenstellen met Z m V = T?
5. Maak het lijstje met lichaamsdelen af.
Kin, Lende, ???????????, Erwtbeentje, Reegewei, Enkel, ???.
6. Analogie
a) NU staat tot NEE als SIAM staat tot ?
b) GEEL staat tot GROEN als ROOD staat tot ?
c) Y staat tot V als K staat tot ?
d) N staat tot C als Z staat tot ?
7. Zet de volgende 12 woorden met begin- en eindletters in een haakse hoek aan elkaar zodat er een gesloten vorm ontstaat. Bliek, Bultos, Das, Does, Enter, Kees, Kloek, Oeloe, Oeros, Reebok, Snoek en Sijs. De woorden moeten van links naar rechts en van boven naar onder leesbaar zijn. (ij = één letter) In welke volgorde komen de dieren aan elkaar?
8. Kun jij lezen wat hier staat?
a) aabbccdeeffgghhiijjkkllmmnnooppqqrrssttuuvvwwxxyyzz (één Woord meer dan 4 letters)
b) Taurøus (één Woord)
c) xxxx+++--=xxx--+---------1
d) stuvwxyzabcdefghijklmnopqR (één Woord)
9. Voeg rekentekens toe aan de gegeven cijfers links van het is-gelijk-teken. Je mag de volgorde verwisselen, en de cijfers aan elkaar plakken. (Bijvoorbeeld 10/2) Je mag (+, /, *, -, !, ^,) gebruiken. Probeer er zoveel mogelijk op te lossen, waarbij je ook probeert zo min mogelijk rekentekens te gebruiken in totaal en ook zo min mogelijk soorten (6) rekentekens. Punten: (aantal opgaven x2) - goede oplossingen) * het aantal rekentekens * het aantal soorten + het aantal niet opgeloste * 1000. Laagste puntenaantal krijgt de eer.
0 1 2 = 2
1 2 3 = 2
2 3 4 = 2
3 4 5 = 2
4 5 6 = 2
5 6 7 = 2
6 7 8 = 2
7 8 9 = 2
8 9 0 = 2
9 0 1 = 2
10. Een vrachtwagen voor me maakt ineens een onverwachte slingerbeweging. Eén van de voorwerpen achterop kiepert van de laadbak en smakt vlak voor me op de weg. Het breekt in drie stukken. Het voorste en achterste deel lazert samen onaf in de sloot en het middenstuk valt in de berm. Sodemieter, daar kwam ik goed weg! Het tuimelende voorwerp deed cryptisch zijn naam wel eer aan. Wat donderde er van de vrachtwagen?
11. Bij een dropping raak ik helemaal verdwaald, en kom pas vele uren later aan. Als sanctie moet ik om verder te mogen eerst een Nederlandse uitdrukking in gemengde code opschrijven. Kun jij die uitdrukking decoderen op afb. 3?
12. Bij de locale codekrakers-club mag je niet zomaar naar binnen. Ze gebruiken er één decodeermethode. Jij wil óók graag naar binnen, en luistervinkt achter een muurtje en hoort de deurwachter aan een gast die naar binnen wil vragen: FIXGGGGGG ?
De gast antwoord; NEGEN
De gast mag naar binnen.
Dan hoor je de deurwachter aan een volgende gast vragen:
TXGGGGGGGG ?
De gast antwoord; TIEN
De gast mag naar binnen.
Weer hoor je de deurwachter aan een andere gast vragen:
HXIJJJJJJJJ ?
De gast antwoord; ELF
En ook die gast mag naar binnen.
Jij denkt het door te hebben en je loopt naar de ingang. De deurwachter vraagt aan je: XVIIJJJJJJJJ ?
Romeinse cijferwaarde denk je, en zegt ZEVENTIEN
Maar je krijgt een schop onder je reet. En de deur blijft gesloten. Terug achter het muurtje denk je na en na een eureka-moment probeer je het nog eens. De deurwachter vraagt aan je: EXIIIFFFFFFFF ?
Aantal letters dan, denk je, en zegt DERTIEN
Je krijgt weer een schop onder je reet. De deur blijft gesloten.
Wat is het antwoord dat je had moeten geven? En waarom?
EXIIIFFFFFFFF = ?
13. Ik heb geen nakomelingen, maar toch noemt men mij vader. Je kan mij keer op keer doden, maar ik sterf niet. Wie of wat ben ik?
14. Tekeneigenschappen helpen je met de oplossing. Wat is het laatste cijfer in deze voornaamreeks dat op het vraagteken komt?
10, 1, 6, 5, ?
15. Ik liep op vier voeten maar dat is langeleden, onthoofd men mij, dan loop plots op twee voeten en in de mythologie, onthoofd mij wederom en ik loop weer op vier voeten, onthoofdt gij mij nogmaals blijf ik op vier voeten lopen. Wie zijn wij?
16. Zoek het verschil in de twee onderstaande zinnen.
Zie afb. 4.
17. Vind uit wie ik ben met behulp van onderstaande aanwijzingen.
a) Mijn bekende fictieve naam (uit serie) bestaat uit twee woorden, die een verbastering zijn van mijn beroep.
b) Ik bevat drie verschillende klinkers en drie verschillende medeklinkers.
c) Het eerste woord begint met een Romeins getal, dat één meer is als het Romeinse getal waarmee het tweede woord begint.
d) Het eerste woord heeft twee gelijke medeklinkers naast elkaar.
e) Het tweede woord heeft twee ongelijke klinkers naast elkaar.
f) De laatste van het eerste woord en de eerste twee van het tweede woord vormen een palindroom.
g) Het eerste woord heeft geen anagram.
h) De eerste zeven letters van het geheel vind je allemaal in de eerste helft van het alfabet.
i) Beide woorden zijn langer dan drie letters, en verschillen één letter in lengte.
j) De laatste letters van beide woorden samen, vind je daar.
18. Raadsel: Ik ben langer dan ik dik ben. Velen nemen mij in hun hand, en vaak ook in hun mond. Als men met mij bezig is komt er uit mij een vloeistof vrij. Met mij bezig zijn is erg gewild, want bijna iedereen in Nederland doet of deed het. Wat ben ik?
19. In vier van de acht symbolen staat een lijnstuk op de verkeerde plaats in dat symbool. De vier lijnstukken hebben dezelfde oriëntatie. Kun jij mij vertellen wat hier had moeten staan. Zie afb. 5
20. ES, TEE, U, VEE
Als van de reeks er 3 weggenomen worden, wat blijft dan over?